Post Description
Ongeveer twee maanden na het zeer teleurstellende Need for Speed: Undercover kondigde Electronic Arts Need for Speed: Shift aan. Het zal de uitgever niet verbaasd hebben dat op dat moment de animo voor deze titel niet erg hoog was. Toch gloorde er licht aan de horizon; de titel zou namelijk gemaakt worden door de GTR2 en GT Legends-ontwikkelaar Slightly Mad Studios. Onze hoop is niet voor niets geweest, want amper driekwart jaar na de aankondiging van Shift kunnen we concluderen dat de Need for Speed weer helemaal terug is!
Bekijk ook de videorecensie Need For Speed: Shift
Laten we meteen een misverstand uit de weg ruimen: Shift is absoluut geen Racedriver Grid-kloon. Verre van zelfs. Grid zal zeker als inspiratie gediend hebben tijdens de ontwikkeling, net als zoveel andere goede racegames trouwens, maar de ontwikkelaar heeft er duidelijk ook een eigen draai aan gegeven. De game valt nog het beste te omschrijven als een soft simulation race. Dat wil zeggen: er zijn veel gameplayelementen die erg dicht bij de realiteit liggen en behoorlijk lastig zijn, maar hier en daar heeft Slightly Mad Studios – voorheen bekend onder de naam Blimey! Games – zich een klein beetje (artistieke) vrijheid veroorloofd om de game wat meer speelbaar te maken.
Zo is de opzet van Shift bijvoorbeeld niet echt realistisch. Je krijgt vier Tiers en het Need for Speed World Tour-evenement voorgeschoteld, die elk weer zijn onderverdeeld in verschillende racetypes en toernooien. De racetypes bestaan uit de bekende Time Trials, Duel (twee redelijke gelijkwaardige wagens vechten het uit), Hot Lap, Drift, Eliminator (de laatste valt af) en de gewone races. De vijf klassen verschillen uiteraard qua moeilijkheidsgraad en het type auto’s waarmee gereden wordt. Om de laatste klassen echter vrij te spelen, hoef je in verhouding maar een klein gedeelte van de voorgaande Tiers te halen. Spelers kunnen al vrij snel tussen veel verschillende racetypes kiezen en er is niet echt sprake van een degelijke opbouw. Hier is dus duidelijk voor een wat meer ‘casual’ aanpak gekozen.
Racegevoel
Het racen zelfs is echter alles behalve casual. We durven zelfs wel te stellen dat het racegevoel in Need for Speed Shift zich kan meten met die van de top in het genre. Sta je eenmaal op de baan in een Bugatti Veyron of een Pagani Zonda R dan weet je meteen wat we bedoelen. De wagens reageren zeer precies op je bewegingen en laten zich sturen zoals ze dat in het echt ook zouden doen. De tijd dat je in een Need for Speed-game zowat iedere bocht met je handrem nam, of juist zonder te remmen, is voorbij. In Shift is het besturen van je wagen een uiterst precies werkje. Iets teveel gas in de bocht en je auto breekt uit. Iets te weinig rem en je staat zo tegen de vangrail aan.
Ze hebben het zelfs zo precies gemaakt dat het onderdeel Drift bijzonder moeilijk is, vooral voor minder ervaren spelers. De wagens zijn in dit onderdeel zo fijn afgesteld, dat je al moeite hebt om ze op het rechte stuk in bedwang te houden. Hierdoor zal dit onderdeel waarschijnlijk het minst populair worden, omdat je bij lange na niet alles hoeft te spelen om het ultieme Need for Speed World Tour-kampioenschap te halen. De voldoening voor de doorzetters die na uren en uren oefenen wel een foutloos Drift-parkoers afleggen, zal daarom alleen maar groter worden.
Een schoolvoorbeeld
Tijdens het rijden wordt het racegevoel extra versterkt door de aanwezigheid van een uitmuntende cockpitview. Een cockpitview die als schoolvoorbeeld zou moeten dienen voor alle andere racegames. De kijkhoek is goed, je spiegels zijn duidelijk zichtbaar en nooit heb je het gevoel dat je blikveld onoverzichtelijk wordt. Tijdens het rijden bibbert de camera constant, waardoor het lijkt alsof je echt last hebt van de zware G-krachten. Bij hoge snelheden wordt het scherm wazig en dat is voldoende om jou het idee te geven dat je daadwerkelijk met 300 kilometer per uur over het asfalt raast. En het werkt, want nog niet vaak hebben we in een racegame zo’n ontzettend gevoel van snelheid ervaren.
Comments # 0